In de 19de en vroeg 20ste eeuw werd de smaak niet door musea maar vooral door de kunsthandel en particuliere verzamelaars bepaald. Verschillende van die verzamelaars, die regelmatig schilderijen, aquarellen, tekeningen, prenten en meubilair bij Van Wisselingh kochten, hebben hun collecties in de eerste helft van de 20ste eeuw aan Nederlandse musea geschonken. Zo verwierf het Rijksmuseum de collecties van Van Lynden, Westerwoudt, Hoogendijk, Van Randwijk, Reich en Van Wezel, die allen goede klanten van Van Wisselingh waren.